Landschapsarchitectuur

Bouwen in het landschap – vloeken in de kerk?

Interview met Marieke Timmermans, hoofd Landschapsarchitectuur

'Bouwen vernietigt niet bij voorbaat het landschap, maar kan zelfs een nieuwe ruimtelijke kwaliteit toevoegen. We moeten gewoon anders bouwen: denken vanuit het landschap door onderzoek te doen naar en rekening te houden met de identiteit en cultuurhistorie van het gebied.' Dat vindt Marieke Timmermans, vanaf september 2009 het nieuwe hoofd Landschapsarchitectuur van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam.

Al snel na haar studie Landschapsarchitectuur aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst (1994, cum laude) begon Timmermans als zelfstandig ontwerper en in 1998 richtte zij LA4sale op, een bureau voor studie, visie en ontwerp op het gebied van stedenbouw, architectuur en landschap. Zij maakte naam met haar visie op de ontwikkeling van het landschap en de inrichting van de woonomgeving, en mocht die visie in opdracht van talrijke gemeentes en provincies uitwerken en realiseren, samen met haar LA4sale-mededirecteur Pepijn Godefroy.

Dorpse maat
In het Kleine Kernen Kookboek (2002), een studie in opdracht van de provincie Noord-Holland, ging LA4sale voor het eerst op zoek naar de kenmerken van dorpen - zogenaamde kleine kernen - om te komen tot een nieuw woningbouwbeleid. Volgens Timmermans hebben zich in de afgelopen decennia veel dorpsuitbreidingen als puisten aan de oude kernen genesteld. De wijken zijn naar binnen gekeerd en gaan geen relatie aan met het omringende landschap. Volgens Timmermans is de nieuwbouwwijk een stedelijke woonvorm die niet past bij het dorpse wonen. Zij pleit er dan ook voor om de regie van de kleine kernen in handen te leggen van de landschapsarchitect, om de wisselwerking van dorp en landschap te waarborgen.

Timmermans: 'Kenmerkend voor kleinen kernen zijn bijvoorbeeld individuele architectuur, een tuin of erf voor elke woning en een gemengde bebouwing: geen straten met alleen maar winkels of woningen, maar een boerderij naast een woonhuis of bedrijf. Een dorp heeft een ruggengraat, zoals een dijk, een weg of waterweg, waarlangs uit particuliere initiatieven een uniek dorp ontstaat. Café en kerk horen daarin bij elkaar.'

Identiteit van het landschap
'Een keurslijf van bestemmingsplannen heeft in de afgelopen vijftig jaar de particuliere initiatieven in de kiem gesmoord. Als we de kwaliteit van landschap en woonomgeving willen behouden en verbeteren is het broodnodig de ontwikkeling ook weer aan de burger over te laten. De overheid heeft wel een belangrijke rol: zij bewaakt de ruimtelijke samenhang en de eigenheid van het cultuurlandschap. Een grondige en gedetailleerde kennis van het gebied is daarvoor onmisbaar.'

Om de verschillende identiteiten van een gebied in kaart te brengen en zo de basis te leggen voor een sturingsinstrument, wordt het landschap op kaarten en met duizenden foto's helemaal uit elkaar geplozen tot op de korrel (de eenheid van gebouw en buitenruimte), Dit proces is arbeidsintensief, maar de kennis gaat volgens Timmermans lang mee omdat de identiteit van een streek, die zich in de loop van eeuwen heeft gevormd, grondig in kaart wordt gebracht en een basis kan vormen voor langdurig ontwikkelingsbeleid.

Het tij keren
De provincie Noord-Holland kwam twee jaar na het Kleine Kernen Kookboek opnieuw bij LA4sale omdat zij  concreet gevolg wilde geven aan de ideeën uit die visie voor 6000 nieuwe woningen in de regio Waterland. In de verkenning Bouwen voor Waterland 2020 ging LA4sale op zoek naar de invulling van dat woningbouwprogramma vanuit een landschappelijk en cultuurhistorisch perspectief. 'Er werd tot dan toe een zogenaamd "behoud door opoffering-beleid" gevoerd. De ontwikkeling van cultuurhistorisch waardevolle kernen werd bevroren; de noodzakelijke vernieuwingen concentreerden zich rondom de grotere kernen. Maar dat leidde niet tot behoud van de kwaliteit: de omgeving musealiseerde, de leefbaarheid nam af door gebrek aan vernieuwing en verjonging, en sluipend vonden er ontwikkelingen plaats in de afgeschermde gebieden zonder visie en sturing. Het tij moest gekeerd. De goed doordachte strategie uit Bouwen voor Waterland, gebaseerd op een gedegen kennis van de identiteiten, gaf concreet sturing aan het rijke repertoire aan bebouwingsstructuren waarmee de kwaliteit van het gebied kon worden verhoogd. De strategie is inmiddels door de provincie vastgesteld als officieel beleid.'

'Het concept bleek ook op bedrijfsontwikkeling toegepast te kunnen worden. In Monnickendam krijg je nu geen groot bedrijfsterrein aan de rand van de stad, maar verschillende kleine thematisch gegroepeerde bedrijfserven. Ensembles van volumes in een stevige groene voet met een landelijke maat, niet groter dan een boerenerf.'

'Let wel, dit identiteitsinstrument is niet bedoeld om romantische dorpsstructuren te conserveren. Ik ben tegen een historiserende aanpak: we moeten voortbouwen op de historie, niet erin blijven hangen. Dat deed men vroeger ook niet. In veel landschappen is vernieuwing juist de traditie. Je moet moderne ontwikkelingen dan ook niet tegenhouden, maar inzetten om te innoveren en nieuwe cultuurhistorie te maken. Vooral architectuur kan in dat licht veel vrijer zijn. Nu wordt architectuur vaak historiserend ingezet om de 'klassieke kwaliteit' te genereren, maar je ziet altijd dat architectuur niet kan repareren wat in de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur niet goed is aangelegd.

Regie landschapsarchitect
Uiteraard kan het wel eens botsen als de landschapsarchitect het roer overneemt en zich met het ontwerp van de architect bemoeit. In het project Opbuuren in de Vechtstreek is met de ontwikkelaar een team van acht architecten samengesteld om dorps te bouwen zoals dat traditioneel in de Vecht werd gedaan: vernieuwend, afwisselend en individueel. De architecten werden niet verantwoordelijk gemaakt voor een eigen kwartier, maar sterk gemengd in een genuanceerde relatie met de openbare ruimte. Bij de ontwerpen liet LA4sale het toeval meespelen, omdat je zo in het geheel 'fouten en onvolkomenheden' krijgt, net als bij een organische groei. 'En nog kreeg je soms eenvormigheid', aldus Timmermans. 'De ene architect had minder gevoel bij de totaalopgave dan de andere, maar ook de bouwtechniek en de bezuinigingen bewogen onvermijdelijk in die richting. En dan moet de landschapsarchitect ingrijpen. Eén type huis met twee verschillende gevels doet wonderen. Dat je de mogelijkheden schetst, wordt je niet altijd in dank afgenomen, maar die regie is wel nodig om het geheel te bewaken. De meeste architecten vonden het overigens erg leuk om zo samen te werken, vooral ook de door ons ingestelde 'marktplaats' waar deuren, ramen materialen en details werden uitgeruild.'

Er was aanvankelijk best aarzeling bij de ontwikkelaar om deze nieuwe werkwijze toe te passen. Maar men raakte gaandeweg overtuigd van de kwaliteit die het opleverde. Het aardige is dat OpBuuren de enige woningbouwontwikkeling is in de regio die op dit moment nog verkoopt - en goed ook. 'Dat is dankzij die kwaliteit. De huidige crisis blijkt wat dat betreft interessante perspectieven te bieden. Ontwikkelaars ontdekken dat kwaliteit niet langer alleen een mogelijkheid is om winst te maken; het is een voorwaarde geworden.'

Enschede
Van de gemeente Enschede kreeg LA4sale de opdracht om mee te denken over stadsontwikkeling, vooral om te kijken hoe er binnen de stad een evenwichtige woningmarkt zou kunnen ontstaan, inclusief een hoog segment dat tot op heden bijna geheel ontbrak. De industriële geschiedenis van Enschede, de bloei en teloorgang van de textielindustrie, heeft haar sporen in de stad achtergelaten. Volgens Timmermans heerst er een kakofonie van kleuren en structuren: 'Dat lijkt veelkleurig en contrastrijk, maar toch ontstaat een monotoon beeld doordat dit beeld zich voortdurend herhaalt in de stad. Er is amper verschil tussen de wijken, de wijken hebben geen eigen sfeer. De opgave is om meer homogeniteit te brengen zonder de kwaliteit van de heterogeniteit te verliezen.'

In het inspiratieboek van de stad brengt LA4sale de resten van de oude structuren van de Enschedese wijken in beeld om zo de mogelijkheden voor de toekomst te schetsen. 'Het is een rommelig stadsgezicht: duidelijke lijnen zijn verdwenen, structuren bijna niet meer te achterhalen. Maar ook hier ontdek je een aantal waardevolle aanknopingspunten die bewaard moeten blijven en die kansen bieden voor verdere ontwikkeling. Er moet nog steeds enorm veel gesaneerd worden in en vlak rond de kern en juist dat biedt mogelijkheden. Ook de groene buitenkant van de stad komt voor bebouwing in aanmerking om de identiteit op te waarderen. Dit is echter langetermijnwerk: het huidige en toekomstige stadsbestuur heeft een lange adem nodig om de toekomstvisie van de stad te realiseren.'

Tijd voor verandering in het onderwijs
Timmermans wil als hoofd Landschapsarchitectuur gaan werken aan twee lijnen. 'De ene betreft de vakinhoud en de andere de didactiek. Ik wil meer ruimte maken voor de academische benadering en meer ruimte maken voor het individu. Momenteel is de opleiding  sterk ontwerpend gericht. Als docent heb ik de ervaring dat niet alle studenten hun grootste kwaliteit in het ontwerpen hebben, sommige studenten zijn briljante onderzoekers of procesdenkers. De academie moet een plek zijn waar al het vaktalent boven komt drijven, niet alleen het ontwerptalent. Binnen het vakgebied van de landschapsarchitectuur  zijn onderzoekers en procesdenkers ook verschrikkelijk belangrijk. Innovatie is daarop gebaseerd. Door de aandacht in de projecten niet alleen op het ontwerp te leggen, ontstaat er ook ruimte voor een andere benadering van opgaven. Daarbij zullen studenten meer hun eigen pad kunnen volgen en erachter komen waar hun talenten liggen. Daar krijg je als student in een ontwerpbureau nooit de ruimte voor; dat kan alleen hier.'

'Verder overlappen het onderwijsprogramma en met name de projectopgaven sterk met de praktijkervaring.  Ik wil dat het het onderwijs iets extra’s gaat bieden wat in de praktijksituatie van de student niet ook al aangeboden wordt. Ik zou meer willen aansturen op inhoudelijke vernieuwing van landschap en buitenruimte. De vernieuwing is nodig om oude impasses op te heffen. Er is ook behoefte aan meer sociale context in de directe woonomgeving en meer denken vanuit de gebruiker, de mens of het dier. Er spelen op dit vlak veel nieuwe opgaven, de rolverdeling tussen overheid en particulier is aan het schuiven en in het landschap is het de tijd van grootschalige transformatie. Het onderwijs heeft naar mijn idee de plicht inhoudelijk diep op deze opgaven in te gaan en een tegenwicht te bieden aan de praktijk die de dagelijkse werkomgeving van studenten vormt. De academie moet een inspiratiebron worden voor de beroepspraktijk.'

Links
undefined Masteropleiding Landschapsarchitectuur