
Interview met lector Henk Hartzema
'Juist die kleine knik in de straat kan het gevoel voor een stad veranderen. De Wetstraat in Brussel is een magnifiek voorbeeld: vanuit het centrum baant zij zich langs statige gebouwen en parken ongestoord een weg naar de rand van de stad. Zelfs de snelweg gaat daarvoor aan de kant. Zo wordt de stad met het omringende land verbonden en omgekeerd de bezoeker verwelkomd.'
Aan het woord is Henk Hartzema, de nieuwe lector Design in Urbanism aan de Academie van Bouwkunst van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ter inluiding van het nieuwe studiejaar zal hij studenten en docenten op pad sturen met allerlei instrumenten: 'Camera, meetlint, microfoon, bloknoot, lamp en wat al niet meer handig kan zijn om Amsterdam langs bepaalde lijnen te verkennen. De studenten en docenten zullen op zoek gaan naar dat wat de stad definieert en typeert: wanneer ben je aangekomen? Wanneer heb je voor je gevoel de stad bereikt?'
'Neem de Haarlemmerstraat: is het de brug naar het Westergasterrein? Of ben je er pas als je bij de Haarlemmerpoort bent beland? Met andere woorden: wat is de binnenkomer? Zijn er sleutelmomenten die ineens een stedelijk gevoel oproepen? Wat is binnen, wat buiten? Volgens mij is er zoiets als een interne TomTom, een onderbuikgevoel waardoor je als bewoner voelt waar je bent. Mensen vinden dat prettig: het geeft ze het gevoel dat ze thuis zijn.'
In een groter internationaal project zullen in het najaar studenten van de Academie van Bouwkunst op dezelfde manier in vijf Europese steden met een inwonertal van rond de 1 miljoen op zoek gaan naar een straat die een magische aantrekkingkracht heeft en bepalend is voor het beeld van de stad. Ze zullen deze hoofdlijnen naar de stad helemaal uitstippelen. 'Het gaat om bewustwording van wat een weg vermag: op welke manier kom je de stad in, ga je eruit. Wat voelen we bij stadsranden, bij het centrum? Zijn er wetmatigheden te zien?'
'Vergelijk nou hoe je Brussel via de Wetstraat verlaat met hoe je Amsterdam uit rijdt richting Waterland. Ineens stoot de weg op de A10. Dat werkt verstorend; plots sta je voor de muur van het geluidsscherm en ben je de oriëntatie en de verbinding met het omringende land kwijt. Amsterdam ligt ineens ver van zijn landschap.'
Volgens Hartzema is er in Nederland te weinig aandacht voor de straat bij de planning van stad en land. 'In Nederland worden immens veel plannen gemaakt, maar er wordt te weinig ordening aangebracht. De straat, het meest basale element van de ruimtelijke vormgeving, wordt volledig verwaarloosd. Er zijn duidelijke eisen voor gebouwhoogte, het aantal parkeerplaatsen, het wegdek et cetera, maar voor de loop van de straat, de lijnen van de stad heeft men geen oog. Vaak zie je dat alle stromen bij elkaar komen, geen richting prevaleert, geen lijn het van de ander wint en er zo een indifferente situatie ontstaat. Maar het is juist belangrijk om te beseffen dat het samenkomen van straten verhoudingen weer kunnen geven en patronen zichtbaar maken.'
Ideologie van de stadsplanning
'Je ziet en voelt direct wat een straat en het geheel van straten vermag en hoe het op de psyche van bewoners en bezoekers kan werken. Kijk naar films van Woody Allen, naar City Lights van Charlie Chaplin of Vincent Monnikendams Zielen van Napels over het leven in de straten en op de piazza's in Napels. Dan zie je meteen het belang van de straat voor de mens. De straat representeert de cultuur van een gemeenschap.'
'Voorbeelden uit de geschiedenis van heersers die hun ideeën van de samenleving wilden laten weerspiegelen in het wegenpatroon zijn er ten overvloede. Jeffersons beeld van de perfecte stad bijvoorbeeld is gebaseerd op het Amerikaanse gelijkheidsprincipe. T-kruisingen werden in de ban gedaan: aan de kop van zo’n kruising staan immers de belangrijke gebouwen, de paleizen. Nog voor het begin van de expeditie naar de West lag er een parcelleringskaart om dit principe ook voor het nog te ontginnen land te waarborgen. Het grid van Chicago is daardoor een toonbeeld van non-hiërarchische ordening geworden.'
Toths Autobahn leidt door een oneindig landschap. Om het gevoel van een groot Duits Arcadië te creëren ensceneert Toth de blik: steden worden vermeden, voor een vergezicht op monumentale landschappen zijn extra kilometers niet van belang en af en toe verschijnt aan de horizon een kasteel om de reiziger een groots gevoel van het land te geven.'
'Of neem de Zonnekoning: hij zag zichzelf en Parijs als centrum van de wereld. Je kunt er nooit omheen, zelfs nu nog niet. Ook het spoor dwingt je de stad niet links te laten liggen. In Nederland zijn er geen prachtige boulevards en statige pleinen te vinden; de koningin woont verborgen, onzichtbaar.'
De Nederlandse kluizenaar
'Nederland is een samenstelling van oneindig veel eilandjes. Mensen willen niet gestoord worden, willen autonoom zijn. Je rijdt nooit door dorpen heen, alle straten vermijden zorgvuldig de centra.' Volgens Hartzema is er geen betere plek om met rust gelaten te worden dan dit 'moeras aan het uiteinde van Europa'. 'De door Napoleon aangelegde straatwegen waren verbindingen tussen de belangrijke steden in Nederland, maar die zijn vanaf 1930 opgeheven; er zijn alleen nog resten. De continuïteit is eruit, de Nederlander wil blijkbaar geen verbondenheid met de ander.'
'Dat zie je ook aan de wijken aan de rand van de stad. Je rijdt eromheen op een begrenzende weg, neemt een afslag de wijk in, gaat een erf op; je moet altijd omkeren en weer terug. Het modernisme is omarmd. Er ontstonden verzelfstandigde wijken zoals de Bijlmer of Hoogvliet zonder visuele relatie met het landschap. Ook straat en huizen zijn ontwricht; je bent het gevoel voor waar je bent helemaal kwijt.'
Door de Wet op de lintbebouwing uit de jaren dertig van de vorige eeuw zou ongecontroleerde verstedelijking tegengehouden worden en het behoud van landschapsschoon gewaarborgd zijn. Maar in de tussentijd rijst volgens Hartzema de vraag naar de grenzen van de eilandjescultuur. 'Autonoom en op onszelf zijn en zo min mogelijk delen: is daar nog ruimte voor en hoe ervaren wij die ruimte? Door expansie stoten we op onze grenzen en groeien we naar elkaar toe. Het Groene Hart wordt al decennia lang stiekem volgebouwd, maar eindeloos beknibbelen levert uiteindelijk een gevoel van géén ruimte op.'
Ruimte creëren door te bouwen
De weigering op nationale schaal plannen te maken is niet meer van deze tijd, vindt Hartzema. De tijd is aangebroken dat aan structuren wordt gewerkt in plaats van aan de optimalisatie van deelplannen. ‘De eilandjes groeien naar elkaar toe en we beginnen elkaar in de weg te zitten. De huidige ruimte is benauwd geconcipieerd, maar het Ruisdaelse landschap met oneindige vergezichten is nog steeds ons ideaal.
'We moeten ruimte creëren door te bouwen, en dat kan. Nu overheerst het gevoel van een overvol, dichtgebetonneerd land, maar er is wel meer dan 65 procent groen in de Randstad. In vergelijking met andere metropolen is de Randstad een lege metropool. Voor de bewoners van de Randstad is er gemiddeld zo'n zeshonderd vierkante meter beschikbaar, tegenover honderd in Rome of vijfhonderd in Los Angeles. Door ruimhartige, royale plannen te maken, door landschap en stad met elkaar te verbinden, en logische verbanden aan te leggen kunnen wij bewoners het gevoel van meer ruimte geven. Dat kan door ruime snelwegen die het zicht op stad en land geven, door provinciale wegen weer tot een bindend stelsel te verheffen en middels stadswegen de geledingen van de stad te laten lezen. De weg stuurt onze blik en het patroon van wegen structureert onze perceptie.'
In een van Hartzema's vroege projecten, Nieuw Stalberg, is het gelukt het groen naar de stad te halen. Tegen alle wetten in werd een villawijk ontworpen met een openbare functie. Dwars door de wijk loopt een slingerende weg van de binnenstad van Venlo naar de Grote Heide: de bebouwing vormt geen grens maar haalt het landschap naar de stad toe. Door de huizen zoals bij een grachtenpand een meter boven straatniveau te tillen is het privacygevoel van de bewoners gewaarborgd.
Bureau Hartzema is in alle projecten bezig met de waarneming en de wijze waarop die gestuurd wordt. Het is de gemene deler van grootschalige en kleinschalige projecten. Bovendien schrijft Henk Hartzema op dit moment aan een boek met de werktitel Space Making, Ruimte voor de Randstad.