Een architect die is afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam heeft:
- het vermogen tot architectonische vormgeving die voldoet aan esthetische en aan technische en functionele eisen;
- een passende kennis van de geschiedenis van de architectuur, aanverwante kunstvormen en menswetenschappen, evenals van de maatschappelijke en culturele stromingen voor zover die van invloed zijn op het vakgebied;
- kennis van de beeldende kunsten voor zover die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de architectonische vormgeving;
- passende kennis van stedenbouw, planologie en daarbij gebruikte technieken;
- inzicht in de relatie tussen mensen en architectonische constructies en tussen architectonische constructies en hun omgeving, alsmede in de noodzaak om architectonische constructies en de ruimten daartussen af te stemmen op menselijke behoeften en maatstaven;
- inzicht in het architectenberoep en de rol van de architect in de maatschappij, in het bijzonder bij het maken van projecten waarin rekening wordt gehouden met sociale factoren;
- inzicht in, en vaardigheid met de methoden van onderzoek en voorbereiding van een project;
- inzicht in de problemen op het gebied van het constructieve ontwerp, de constructie en de civiele bouwkunde in verband met het ontwerpen van gebouwen;
- passende kennis van de natuurkundige en technologische vraagstukken, alsmede van de functie van een bouwwerk met het oog op het verschaffen van comfort en bescherming tegen weersomstandigheden;
- technische bekwaamheid als ontwerper, ten einde binnen de door begrotingsfactoren en bouwvoorschriften gestelde grenzen te kunnen voldoen aan de eisen van de gebruikers van het betrokken gebouw;
- passende kennis van de industrieën, organisaties en procedures die een rol spelen bij het omzetten van ontwerpen in bouwwerken en het inpassen van plannen in de planologie;
- vaardigheid in beeld, geschrift en woord om een ontwerp en plan inzichtelijk te maken voor anderen.