
Voorwaarde voor inschrijving aan een Academie van Bouwkunst is dat je in de beroepspraktijk werk verricht op een voor de opleiding relevante werkplek:
Het is niet toegestaan om de studie aan de Academie van Bouwkunst te combineren met een eigen bureau.
Het doel, de inhoud, de regelingen en de vereisten van de praktijk zijn terug te lezen in de brochure Buitenschools curriculum Academie van Bouwkunst Amsterdam.
Buitenschools curriculum Academie van Bouwkunst Amsterdam
Van de werkplek wordt verwacht dat er ontwerpen worden gemaakt en projecten gerealiseerd en dat de student in zijn werkzaamheden actief wordt begeleid door een of meerdere ontwerpers. Er is idealiter sprake van een stimulerende en uitdagende werkomgeving met voldoende voorwaarden voor de student om zich te ontwikkelen tot een adequaat handelende beroepsbeoefenaar (ontwerper). Dit betekent onder meer ook dat de infrastructuur van voldoende niveau is: beschikbaarheid van vakliteratuur, documentatie over regelgeving en materialen, mogelijkheid tot discussie over het vak etc.
De praktijksituatie moet de student in staat stellen om in de loop van de studie met alle onderdelen van het plan- of bouwproces, van ontwerp tot oplevering, in aanraking te komen en inzicht te verwerven in de samenhang tussen die verschillende onderdelen van het traject. Om tot een evenwichtige verhouding tussen studie en werk te komen, wordt uitgegaan van een werkweek van vier dagen. De vrijdag moet voor de studie beschikbaar zijn.
De praktijkcoördinator kan, aan de hand van bovenstaande punten en de inhoudelijke eisen voor het praktijkdeel, tot de conclusie komen dat een bureau niet de juiste faciliteiten en/of condities kan aanbieden om geschikt te zijn als werkplek voor een student.
De praktijkcoördinator kan een student adviseren om een andere werkplek te zoeken als het soort bureau of de aard en kwaliteit van de werkzaamheden of een combinatie van beide niet voldoende bijdragen aan diens gewenste ontwikkeling. Dat advies is niet vrijblijvend en kan bij het niet opvolgen ervan leiden tot het niet toekennen van studiepunten. Het is aan de student om daaruit conclusies te trekken. Indien de praktijkcoördinator een student, in verband met een mogelijke onthouding van studiepunten, dringend adviseert om naar een andere werkplek om te zien, wordt hiervoor in gezamenlijk overleg een termijn afgesproken die voor alle betrokken partijen als redelijk kan worden ervaren.
Toelichting verslaglegging en beoordeling praktijk
De zelfsturing van de student veronderstelt dat deze een goed inzicht heeft in de eigen ontwikkeling. Daartoe stelt hij een praktijkportfolio samen en houdt deze bij. Daarnaast doet de student eenmaal per jaar ook schriftelijk verslag van de praktijk(werkzaamheden). De resultaten van de verslaglegging zijn voor de praktijkcoördinator en het hoofd van de opleiding belangrijke instrumenten om de aard van de praktijkwerkzaamheden, de praktijksituatie en de individuele ontwikkeling van een student (tussentijds) kwalitatief te beoordelen. De inhoudelijke criteria voor deze beoordelingen zijn afgeleid van de leerdoelen. Daarnaast vormt het praktijkformulier een instrument voor een meer kwantitatieve beoordeling van de praktijk.
